• Kampioenstrainer Piet Lindenberg overleden

    Met ontroering en weemoed hebben wij kennis genomen van het overlijden van Piet en Corrie Lindenberg. Piet leidde onze vereniging tussen 1966 en 1969 driemaal naar het landskampioenschap bij de amateurs.

    Corrie deed in die periode veel vrijwilligerswerk bij onze club. Piet en Corrie houden een belangrijke plaats in de geschiedenis van Zeelandia Middelburg. Wij wensen hun nabestaanden veel sterkte bij het verwerken van dit verlies.

    Piet Lindenberg werd 92 jaar. Hij was in de jaren zestig de trainer en architect van het succesvolste, Zeeuwse voetbalelftal aller tijden: MV & AV Middelburg werd driemaal landskampioen bij de amateurs (in 1966, 1967 en 1969). Lindenberg had de kern van dit team al bij de junioren onder zijn hoede en kneedde het geduldig en vakkundig naar een kampioensteam (Lees meer op pzc.nl)

    Interview Piet Lindenberg voor het jubileumclubblad uit 2010

    Ter viering van het 100-jarig bestaan van Zeelandia Middelburg verscheen er in 2010 een jubielumblad vol interviews met clubiconen uit de geschiedenis. Piet Lindenberg kwam speciaal voor dit blad een kijkje nemen bij het 45-plusvoetbal. Een mooi weerzien met enkele spelers uit zijn kampioenenteam. 

    ***

    Piet Lindenberg: bescheiden kampioenenmaker 

    Het is dinsdagmorgen. De mannen van de 45-plus drinken koffie aan de bar. De training begint over een klein half uur. Het nieuws dat Piet Lindenberg bij de training komt kijken maakt meteen vele enthousiaste reacties los. Iedereen kent Piet. Niets dan goeds. Vijftien jaar lang was hij hoofdtrainer van Middelburg, met als hoogtepunt de drie achtereenvolgende landskampioenschappen der amateurs. De architect achter het ‘Ajax van de amateurs’ wandelt stipt op tijd de kantine binnen. Niet als een grote meneer, maar kalm en bescheiden. Het typeert de trainer die het succes juist altijd in zijn spelers heeft gezocht en zelden in zichzelf.

    Kijkend aan de kant bij veel van zijn oud-spelers geniet Lindenberg zichtbaar. “Wat leuk om die jongens nou gewoon nog te zien voetballen.” Er rolt een bal onze richting op. “Binnenkantje Piet!” roepen ze uit het veld. Piet raakt hem goed. Drieëntachtig is hij nu. Soms staat hij nog wel eens aan de kant bij zijn club RCS, maar het wordt steeds minder. “Ik vind het wel leuk om zo nu en dan bij de jeugd te kijken. Bij het eerste elftal kijk ik nog te fanatiek. Dan ga ik me toch lopen opwinden over fouten en dat is niet goed voor me. Aan Middelburg heb ik fantastische herinneringen, maar de verbondenheid verzandt wel in de loop der jaren. Een fusie, nieuwe mensen, nieuw sportpark. Het is toch anders. Maar als ik deze mannen zie voetballen, moet ik eigenlijk vaker komen kijken.”

    Aan de zijlijn dribbelt Dick van Westen (in 2017 overleden, red.) voorbij. Linksback onder Piet Lindenberg in de kampioensjaren. “Voor Dick heb ik altijd een bijzondere waardering gehad. Hij had altijd graag op het middenveld gespeeld, want hij kon aardig voetballen.  Helaas voor hem had ik nog beter opties voor die plek. Hij heeft dat altijd heel correct opgevat, terwijl ik wist dat hij het jammer vond. Misschien lag dat ook wel aan mijn manier van omgaan met die jongens. Ik was geen harde trainer, denk ik. Anders houd je het ook geen vijftien jaar vol bij een club. Dan gaat dat op een moment onherstelbaar botsen.” Dick vertelt me na de training dat ik aan Piet een goede heb als het om interviews gaat. Piet kon vroeger nogal uitweiden over voetbal. Of zoals de mannen het formuleren: Piet kon lullen als Brugman.

    Dat zou best kunnen, maar het zal deze middag niet lang over zichzelf gaan. Bij het zoeken naar het geheim van Piet Lindenberg is het gesprek in de meeste gevallen binnen korte tijd door Piet zelf verplaatst naar die keien van verdedigers, dat magistrale middenveld en de watervlugge aanval. De naam Piet Lindenberg komt in de beleving van de coach zelf nauwelijks voor. “En dan vergeet ik voorzitter Salle Simonse nog”, zegt hij. “Een geweldige leider. Daardoor werkte ik ook prettig. Hij was kritisch, maar toonde altijd vertrouwen. Als het even wat minder ging, hadden we gewoon een prettig gesprek, zonder de dreiging van een ontslag. Gewoon even babbelen en weer doorgaan. Ik heb nog steeds contact met hem.”

    Volgens de trainingsdieren van deze morgen was Piet een tactisch zeer sterke trainen en een aimabel mens. “Ik geloof niet dat de jongens er vaak reden toe gaven om heel streng te zijn”, blikt Lindenberg terug. “Het waren allemaal liefhebbers, dus ik hoefde er niet zo achteraan te zitten. Vaak waren ze voor de training al met een partijtje begonnen.” Een bekend verhaal is dan ook dat Lindenberg die partijtjes, indien er goed gevoetbald werd, soms gewoon hun beloop liet gaan en rustig bleef toekijken. “Als spelers zich uit zichzelf professioneel opstellen, maakt dat het trainer zijn wel een stuk makkelijker. Ik spreek nog regelmatig trainers en ik heb het idee dat het daar nu wel eens aan schort. Spelers lijken steeds meer gemotiveerd te moeten worden. Natuurlijk moest er als het nodig was ook wel even gebabbeld worden en ik kon soms ook goed kwaad worden. Maar nooit onfatsoenlijk. Verder kon ik me prima opstellen als een van de jongens, zonder dat het een chaos werd.”

    Lindenberg werd met zijn ploeg vijf keer kampioen en drie keer amateurlandskampioen. “Het zijn stuk voor stuk prachtige mijlpalen. En het werd zo fantastisch gevierd door de mensen in de stad. Heel Middelburg kwam naar buiten.  Maar mijn persoonlijke hoogtepunt ligt eigenlijk in de wedstrijd tegen Roermond. Dat was in een halve finale voor het landskampioenschap. Die mannen hadden ons volledig in de greep. Het zag er echt niet naar uit dat we daaruit zouden komen. Vooral onze flanken waren volledig uitgeschakeld. Daar had de tegenstander zich geweldig in vastgebeten. In de rust moest ik iets doen, want ik wist zeker dat we zo de finale niet zouden halen. Ik schoof met wat spelers en besloot om alles maar door het midden te gaan spelen. We wonnen met 3-0. Dat was voor mij als trainer een prachtig moment. Dat je een wedstrijd doet kantelen door een simpele omzetting. Het had ook niet kunnen werken, maar dat deed het wel.”

     “Het grote voordeel is dat ik ben begonnen met de jeugd van Middelburg. Ik heb jongens kunnen laten doorschuiven als Wim de Vos en Jan Bostelaar. Ik kende hun karakters en wist dat ze in de groep zouden passen. Verder was negentig procent van de selectie puur Middelburgs. In die tijd vertrokken spelers ook nog niet zo snel, dus konden echt bouwen aan een hechte groep. Na een tijd kwamen toen de successen.” Bijvoorbeeld met de legendarische 7-2 overwinning op Vlissingen. “Dat was dé ploeg waar een Middelburger van wilde winnen. En dan speelden we ook nog beiden om het kampioenschap. Het was echt een volle bak en dan zo’n monsterscore. Geweldig. Net als de kampioenshuldigingen in Middelburg. Dan gingen echt alle deuren open en kwam iedereen naar buiten.”

    Lindenberg kreeg aanbiedingen om te gaan werken bij clubs als Willem II en RBC, maar hij deed het niet. “Ik wilde niet per se hogerop. Ik had hier mijn baan, mijn vrouw en mijn zekerheid. En ik ben een echte Zeeuw, dus ik zat hier prima. Ik heb er nooit met spijt op terug gekeken. Tot m’n drieënzeventigste ben ik nog actief geweest in het voetbal. Ik heb lang mogen werken voor de KNVB, dus ik heb geen klagen.” En dan toch weer die bescheiden afsluiter: “Ik weet ook niet of ik wel geschikt was voor die stap omhoog.” Zijn jongens van weleer, die zich voor onze ogen lachend door een partijtje zwoegen, weten het antwoord wel.